Nieuwe kerndoelen: wat betekent dit écht voor ons onderwijs?

“Niet de nieuwe kerndoelen maken het verschil, maar de vraag of we als leraren blijven reflecteren op ons eigen handelen.” Het is een inzicht dat blijft hangen na een inspirerende dag in het Beatrixtheater in Utrecht, waar collega's Aswin, Karin en Jolien van het Neon College zich verdiepten in het nieuwe curriculum.

De dag startte met een openingswoord van staatssecretaris Judith Thielen over het ‘waarom’ achter het proces, gevolgd door een inspirerende keynote van Luc Sluijsmans. Voor Jolien was de noodzaak meteen duidelijk: “De kerndoelen waar we nu mee werken stammen uit 2006. Twintig jaar geleden dus. Denk eens terug aan hoe je toen je telefoon gebruikte of zelfs hoe je je autoraam opende. Dat maakt meteen duidelijk hoe lang geleden dat eigenlijk is. Hoog tijd voor vernieuwing.”

In november 2025 heeft Stichting Leerplanontwikkeling (SLO) de conceptkerndoelen opgeleverd. Voor Nederlands, reken en wiskunde gaan die in op 1 augustus 2026 en voor de andere vakken op 1 augustus 2027. Vanaf augustus 2031 start handhaving door de Onderwijsinspectie. De komende tijd worden de examenprogramma’s gefaseerd aangepast en er komt een onderhoudskalender zodat vernieuwing voortaan een continu proces wordt.

Blijven doen wat je deed of blijven verbeteren?

Tijdens een van de deelsessies werd een indeling geschetst van leraren die nieuw zijn binnen het onderwijs, die direct stof tot nadenken gaf.

De vraag is confronterend eenvoudig: in welke groep herken jij jezelf? Volgens Jolien zit daar de kern. “Iedere leraar heeft kwaliteiten én ontwikkelpunten. Juist door van en met elkaar te leren en daar ook tijd voor te maken, bouw je aan een professioneel team.”

De valkuil van de ‘kloktijd’

De dagelijkse realiteit is echter dat leraren continu ‘aan’ staan. Alles draait in de kloktijd: lessen, nakijken, oudercontact – door, door, door. “Juist daardoor ontbreekt vaak de ruimte om echt afstand te nemen”, legt Jolien uit. “Er is weinig tijd, of energie of mentale ruimte, om samen met collega’s te werken aan beter onderwijs. Er is nauwelijks trage tijd. Tijd om letterlijk en figuurlijk even met de voeten omhoog na te denken over het hoe.”

Dit roept vragen op over de schoolcultuur. “Werken we echt samen? Dagen we elkaar uit? Reflecteren we op ons eigen handelen of kijken we vooral naar wat leerlingen niet kunnen? Binnen Attendiz zijn we daar al mee bezig met onze Kijkwijzer en collegiale consultaties”, zegt Jolien. “Samen lessen observeren doet ertoe. Deze dag laat nog maar eens zien hoe belangrijk het is om daar echt tijd voor te blijven maken en gezamenlijk het nieuwe curriculum eigen te maken.”

Taal is van iedereen

Een cruciaal punt van de dag was taalgericht vakonderwijs. Terwijl Aswin keek vanuit rekenen en Karin vanuit Nederlands, werd duidelijk dat taal het domein van ons allemaal is. Jolien: “Dat begint klein. Laat leerlingen bijvoorbeeld in tweetallen antwoorden bespreken, in plaats van klassikaal één leerling het woord te geven.”

Tegelijkertijd werd een lastig spanningsveld benoemd, zeker binnen het (V)SO. We neigen er vaak naar om lesstof te vereenvoudigen als de taal te moeilijk is. Maar de examens doen dat niet. “Als we de taal in de klas te veel versimpelen, ontnemen we leerlingen de kans om zich voor te bereiden op de complexe taal van het examen. We moeten de lat hoog houden waar het kan.”

In de trein terug naar Enschede namen de collega’s alvast een eerste moment van ‘trage tijd’ om alle nieuwe inzichten en de vele vragen die dit oplevert te laten bezinken. Want zoals Jolien besluit: “Het was een dag vol informatie die ook weer vragen oproept. Precies goed dus.”

Heeft u een vraag?

Kies hieronder hoe u het liefst contact met ons opneemt.